Voorzichtig met bankobligaties
Op juli 8, 2011.
De Griekse schuldencrisis en het gevaar van besmetting naar Italië en Spanje houden de financiële markten in hun greep. Er vindt een vlucht plaats naar veiligheid, wat tot uiting komt in hogere risico-opslagen voor staatsleningen in de periferie van Europa. Maar ook beleggers in bedrijfsobligaties moeten bedacht zijn op de toegenomen landenrisico’s.
In de financiële markten zijn deze week alle ogen gericht op de stemming in het Griekse parlement over het voorstel voor nieuwe omvangrijke bezuinigingen. Als premier Papandreou erin slaagt om deze horde te nemen, dan is de weg vrij voor nieuwe miljardensteun door de andere eurolanden en het IMF. Het gaat daarbij allereerst om de vijfde tranche ter waarde van €12 miljard van het eerste steunpakket van €110 miljard. De nood is hoog: zonder deze miljarden stevent Griekenland binnen enkele weken op een faillissement af.
Daarnaast is een nieuw reddingspakket in de maak van naar verwachting nog eens €85 miljard. Maar voordat ook deze miljarden richting Athene gaan, moet wel overeenstemming zijn bereikt met de financiële sector over een ‘vrijwillige’ bijdrage. Dat is een harde eis van Duitsland en Nederland, die zich geconfronteerd zien met een afnemende bereidheid onder de eigen bevolking om de Griekse rekening te betalen.
Afstempeling schulden
Frankrijk is naar verluidt het eerste Europese land dat een akkoord heeft bereikt met zijn banken en verzekeraars over het doorrollen van schulden. De sector zou volgens de Franse krant le Figaro bereid zijn om 70% van zijn aflopende Griekse schulden te herinvesteren, waarvan de helft in nieuwe Griekse staatsobligaties gestoken wordt met een looptijd van 30 jaar in plaats van 5 jaar. Het restant wordt geïnvesteerd in een zogeheten ‘zero coupon’ fonds, dat belegt in Griekse aandelen van ‘hoge kwaliteit’. Met dit plan zou voorkomen worden dat Griekenland in de ogen van kredietbeoordelaars in gebreke blijft met alle negatieve gevolgen van dien.
Indien een meerderheid van de Griekse politici groen licht geeft aan de nieuwe bezuinigingen en ook de barrières voor het nieuwe reddingspakket zijn weggenomen, dan is de kans op een faillissement van Griekenland in elk geval op de korte termijn aanzienlijk afgenomen. Volgens marktvorsers is het echter onmogelijk dat het land zijn financiën op eigen kracht weer op orde krijgt. Daarvoor zijn de schulden eenvoudigweg te groot en is de economie te zwak. In feite worden de problemen nu dus alleen maar vooruitgeschoven. Afstempeling van de schulden lijkt op termijn dan ook onvermijdelijk, maar om grote paniek op de financiële markten te voorkomen probeert men dat voorlopig uit alle macht te voorkomen.
Banken kwetsbaar
Zolang het risico op een herstructurering aanwezig blijft en het besmettingsgevaar naar de overige zwakke eurolanden niet is geweken, is het voor obligatiebeleggers zaak om alert te zijn en kwetsbare landen zo veel mogelijk te ontwijken. Daarnaast zijn vanzelfsprekend de banken in landen als Griekenland, Ierland en Portugal kwetsbaar, maar ook Duitse en Franse banken hebben enorme bedragen aan staatsleningen van deze probleemlanden op hun balans.
Als ook Spanje en Italië in de problemen komen, neemt de ernst van de situatie toe. Afgelopen vrijdag waarschuwde kredietbeoordelaar Moody’s al dat een verlaging van de rating van Italië ook zal leiden tot een neerwaartse bijstelling van de kredietwaardigheid van 18 Italiaanse banken.
Obligatiebeleggers kunnen de risico’s terugbrengen door in de eurozone alleen in bedrijfsobligaties buiten de financiële sector te beleggen. Dat kan bijvoorbeeld via een tracker als de iShares Barclays Capital Euro Corporate Bond ex-Financials. Deze is niet blootgesteld aan schulden van overheden en financiële waarden en bevat investment grade bedrijfsobligaties in euro’s die uitgegeven zijn in de eurozone.
