‘Index huggers’ moeten het veld ruimen
Op november 23, 2010.
Trackers worden nog maar mondjesmaat geadviseerd door banken, omdat zij hier weinig tot niets aan verdienen. Maar als het aan de AFM ligt gaat het verdienmodel op de schop.
De prestaties van actief beheerde beleggingsfondsen zijn al vaak onderwerp geweest van wetenschappelijk onderzoek. En steeds weer blijkt dat de meerderheid er niet in slaagt om de marktindex te verslaan. Los van het feit dat koersen in grote mate onvoorspelbaar zijn, is dat toe te schrijven aan de hogere kosten die met actief beheer gemoeid zijn.
Volgens onderzoeken bedragen de totale jaarlijkse kosten van actief beheerde Nederlandse aandelenfondsen circa 2% per jaar, waarbij een schatting is gemaakt van de verborgen transactiekosten. Dat lijkt weinig, maar op langere termijn is het effect substantieel. Zo komt het rendement van een indexfonds of tracker over een periode van 25 jaar in veel gevallen liefst 40% hoger uit ten opzichte van een duur actief beheerd aandelenbeleggingsfonds.
Hoewel passief een index volgen vaak een veel beter alternatief is, worden trackers zoals gezegd nog nauwelijks aangeboden door banken en financieel adviseurs. Een belangrijke reden daarvan is het verdienmodel, waarin provisies een groot aandeel hebben. Fondshuizen hebben er uiteraard belang bij dat hun beleggingsfondsen in het schap van de banken komen te liggen en zijn daarom bereid om hoge distributievergoedingen te betalen.
Erg lucratief voor de banken, maar deze zogeheten ‘kick back’ wordt wel doorberekend aan de klanten en kan 40 tot 80 basispunten van het belegde vermogen bedragen. Beleggers draaien in feite op voor de hoge marketinguitgaven van fondshuizen en worden daardoor al bij voorbaat op achterstand gezet. Dat is geen onoverkomelijk probleem als de fondsbeheerders de hogere kosten weten te compenseren met een outperformance van de index. In de praktijk is dat echter nauwelijks het geval.
Provisieverbod
Financieel adviseurs en banken zouden producten moeten adviseren die in het belang van de klanten zijn, maar in het huidige verdienmodel laten zij zich eerder leiden door de hoogte van de distributievergoeding. Aanbieders van indexfondsen en trackers betalen geen distributievergoeding en zijn voor banken daarom niet interessant.
Wat de AFM betreft komt hier echter verandering in. De toezichthouder wil dat banken in navolging van de verzekeringsbranche overgaan tot een provisieverbod en in de toekomst op basis van een adviesfee gaan werken. Hierdoor wordt het belang van de klant weer vooropgesteld. Klanten betalen dan namelijk rechtstreeks voor het beleggingsadvies, wat de transparantie ten goede komt.
De gevolgen voor de branche zijn groot, want producten zonder aantoonbare toegevoegde waarde zullen waarschijnlijk het veld moeten ruimen. Een voorbeeld zijn beleggingsfondsen die dicht tegen de index blijven aanschurken, maar wel een forse vergoeding voor het ‘actieve’ beheer vragen. ‘Deze zogenoemde closet indexers of index huggers horen niet thuis op het schap van de bank’, stelde AFM bestuurder Theodor Kockelkoren onlangs tegenover Fondsnieuws.
Uit onderzoek komt naar voren dat vooral fondsen die dicht bij de index blijven en hoge kosten rekenen, achterblijven bij de index. Niet bepaald verrassend, al gaat het volgens schattingen wel om minstens 30% van alle beleggingsfondsen. Als het aan Kockelkoren ligt, zouden deze fondsen in de toekomst de ‘product goedkeuringsprocedures’ van banken niet meer mogen passeren.
Daarvoor in de plaats moeten goedkope indexproducten komen, zoals trackers. Beleggers zijn immers veel beter af met goedkope trackers dan met pseudo actief beheerde fondsen die eigenlijk de index kopiƫren. Deze ontwikkelingen zullen de opkomst van trackers dus alleen maar versnellen.
Voor de beleggingsfondsenindustrie resteert niets anders dan zich te richten op fondsen die de benchmark links laten liggen en afgaan op hun eigen visie.
Alleen dan is er immers uitzicht op outperformance
en is er sprake van toegevoegde waarde.
