Gering tegenpartijrisico met Trackers

Op juni 8, 2010.

Trackers (ETF’s) zijn weliswaar niet gevrijwaard van tegenpartijrisico’s, maar in de meeste gevallen zijn deze slechts in beperkte mate aanwezig. Niettemin doen beleggers er verstandig aan om de risico’s goed te doorgronden.

Onder tegenpartijrisico wordt het risico verstaan dat een tegenpartij zijn verplichtingen uit hoofde van een financieel contract niet kan nakomen.

De kredietcrisis en de val van Lehman Brothers hebben de tegenpartijrisico’s volop onder de aandacht van beleggers gebracht. Zo is het de vraag of de houders van Exchange Traded Notes (ETN’s) of andere beleggingsproducten die zijn uitgegeven door de Amerikaanse zakenbank nog wat terug zullen zien van hun inleg.

ETN’s bootsen net als Trackers een onderliggende index na en worden als aandelen op de beurs verhandeld. Er zijn echter ook wezenlijke verschillen. Met de aankoop van een ETN wordt in feite belegd in een schuldtitel van de uitgevende instelling. Gaat deze failliet dan kan de belegger hoogstwaarschijnlijk naar zijn geld fluiten.

Fysieke Trackers
De tegenpartijrisico’s bij Trackers zijn in de meeste gevallen veel kleiner. Om deze in kaart te brengen, moet allereerst de structuur nader bekeken worden.

Trackers trachten tegen zo laag mogelijke kosten het rendement van een gekozen index zo goed als mogelijk te weerspiegelen. In de meeste gevallen wordt dit bereikt door alle of een deel van de aandelen of obligaties in de onderliggende index daadwerkelijk aan te houden. Soms worden ook futures en opties gebruikt. Dit zijn zogeheten fysieke Trackers of Trackers op cashbasis.

Beleggers in deze Trackers lopen net als bij gewone beleggingsfondsen geen kredietrisico op de uitgevende financiële instelling en het bewaarbedrijf (custodian), maar slechts op de onderliggende effecten. Het juridisch eigendom is normaliter in handen van de custodian, waardoor de Trackers niet onder de boedel van de uitgevende instelling vallen.

Deze strikte scheiding beschermt beleggers in geval van faillissement van een van deze partijen. Het economisch eigendom is vanzelfsprekend in handen van de houder van de Trackers.

Trackers op swapbasis
Daarnaast zijn er zogeheten synthetische Trackers. Deze kopen niet alle aandelen van de onderliggende index, maar kunnen via swaps wel het rendement van de index leveren. Voor deze Trackers geldt dezelfde juridische eigendomstructuur. Het tegenpartijrisico is echter groter.

Immers, er wordt een swap afgesloten met een tegenpartij die het rendement van de index moet leveren. Het tegenpartijrisico is onder de UCITS (Undertakings for Collective Investment in Transferable Securities) regels wel gelimiteerd tot 10% van de netto vermogenswaarde. Vrijwel alle Europese Trackers voldoen aan deze richtlijnen en een partij als iShares heeft voor zichzelf een maximum opgelegd van 5%.

Trackers op swapbasis en zeker ETN’s zijn vanwege hun structuur erg flexibel en kunnen daardoor bijvoorbeeld beter grondstoffen (-indices) nabootsen. Zij zijn echter minder transparant en kennen een hoger tegenpartijrisico ten opzichte van de fysieke Trackers.

Uitlenen
Tegen deze achtergrond zijn fysieke Trackers een veiligere keus, maar ook zij zijn niet helemaal ontbloot van tegenpartijrisico’s. De uitgevende instelling probeert namelijk vaak extra rendement te boeken door de onderliggende effecten uit te lenen aan partijen die speculeren op een koersdaling. De inkomsten komen deels ten goede aan de netto vermogenswaarde, wat de totale kosten drukt. Het tegenpartijrisico tracht men zoveel mogelijk in te perken door onderpand te eisen en alleen met kredietwaardige partijen in zee te gaan.