Extra rendement met sectorrotatie
Op februari 1, 2011.
Trackers zijn bij uitstek geschikt voor buy-and-hold beleggers. Maar ook actieve beleggers kunnen goed uit de voeten met trackers, bijvoorbeeld voor de uitvoering van een sectorrotatie strategie.
De economische groei is niet constant, maar laat een patroon van golfbewegingen zien. Periodes van sterke expansie worden afgewisseld met een meer gematigde ontwikkeling of zelfs een krimp. De economische cyclus herhaalt zich gemiddeld om de 4 à 6 jaar. Binnen de verschillende conjucturele fases presteert de ene bedrijfssector beter dan de andere.
Zo gedijen financiële waarden over het algemeen relatief goed bij een vertragende economie, een fase die veelal gepaard zal gaan met renteverlagingen. Een betere rentemarge komt de winstgevendheid van banken en verzekeraars ten goede. Zodra het dieptepunt van een recessie in zicht is, blijken vroeg-cyclische en industriële sectoren juist goed te presteren op de beurs. Te denken valt aan energie, staal, papier en basischemie. Defensieve sectoren, zoals voeding, farmacie en telecom, zijn weer vooral in trek wanneer een recessie nadert.
Sectorrotatie met trackers
Beleggers met een uitgesproken macro-economische visie kunnen hierop inspelen door afhankelijk van de conjuncturele fase bepaalde sectoren te overwegen of onderwegen. Dat noemt men sectorrotatie. En trackers zijn uitstekende instrumenten om deze strategie in de praktijk te brengen. Zo heeft iShares trackers beschikbaar op alle 19 ‘supersectoren’ die afgeleid zijn uit de Stoxx Europe 600 index. Daardoor kunnen beleggers eenvoudig investeren in de grootste Europese ondernemingen uit een specifieke sector. Maar ook wereldwijde sectoren uit de S&P Global 1200 zijn via iShares bereikbaar.
Wel dient rekening gehouden te worden met het feit dat een sector per definitie minder gediversifieerd is dan een brede marktindex, zoals de MSCI World of de Eurostoxx 50. Met een volatieler koersverloop als gevolg. Dus hanteer sectorrotatie in een beleggingsportefeuille altijd naast een kern van trackers op breed gespreide indices. Dat komt de nachtrust ten goede.
En de winnaar is…
Sectorrotatie is niet makkelijk. Het vraagt van beleggers niet alleen een goede inschatting van de economische cyclus, maar ook een juiste timing. Immers, de beurs loopt vooruit op de economische ontwikkeling. Is de timing goed, dan kan de beloning groot zijn. Maar het kan ook makkelijker door simpelweg in de ‘winnaars van gisteren’ te beleggen, een zogeheten momentumstrategie.
Uit diverse onderzoeken is namelijk gebleken dat aandelen die al enige tijd in de lift zitten de neiging hebben om deze stijgende trend door te zetten. En vice versa. Jegadeesh and Titman deden hier in 1993 als eerste onderzoek naar en kwamen tot de conclusie dat een momentumstrategie op de Amerikaanse aandelenmarkt in de periode 1965-1989 tot een outperformance zou hebben geleid van gemiddeld 12,01% per jaar. Zij selecteerden daarbij aandelen op basis van de koersprestaties uit de voorgaande zes maanden en hanteerden een horizon van zes maanden. Ofschoon er geen eenduidige verklaring is voor het effect, wijzen onderzoekers op het kuddegedrag van beleggers en een zekere onderreactie op nieuwe winstverwachtingen.
Een momentumstrategie is bruikbaar voor kortere periodes, maar vanwege de transactiekosten is het verstandiger om een periode van een kwartaal, zes maanden of een jaar aan te houden. Ook met sectorrotatie kan goed ingespeeld worden op het momentumeffect door bijvoorbeeld aan het eind van elk kwartaal te bekijken welke sector het best heeft gepresteerd en vervolgens daarin te investeren. Een eenvoudige strategie die door iedere belegger toe te passen is.
Naast sectorrotatie lenen sectortrackers zich overigens ook voor strategieën gericht op de wat langere termijn. Daarbij kan bijvoorbeeld ingespeeld worden op structurele trends als de snel groeiende middenklasse in opkomende landen, vergrijzing in het Westen en schaarste aan grondstoffen. Kortom, trackers zijn uitermate flexibele bouwblokken voor elke portefeuille.
